“Oorlogskerkhoven als littekens in het landschap”

PATRICK CORNILLIE

Poëzie over wielrennen of liever gedichten over de Eerste Wereldoorlog? Het kan allebei! Al is het in deze tijden niet meer gemakkelijk om je brood te winnen door poëzie te schrijven, een echte passie overleeft alles. Dichter en schrijver Patrick Cornillie neemt ons mee op weg in zijn poëziebundels.

Op 7, 8 en 11 november 2015 was Zwijg mij van de oevers van de IJzer, een dubbeltentoonstelling met schilderijen en gedichten over de Eerste Wereldoorlog, te zien in Brouwerij Papegaei in Diksmuide. De schilderijen zijn van Maarten Wydooghe, de gedichten van Patrick Cornillie. Naast ’14-’18 is Cornillie ook gepassioneerd door wielrennen en dat uit hij in zijn gedichten. Wie denkt dat er niet eeuwig wielergedichten kunnen geschreven worden, heeft het mis. Cornillie publiceerde al heel wat bundels met gedichten over wielrennen en maakte ook enkele jaren deel uit van GeelZucht, een blog waarop vijf dichters over de Tour schreven.

U hebt ook enkele jaren meegewerkt aan GeelZucht. Hoe is men op dat idee gekomen?

‘Ik schrijf poëzie over alle mogelijke onderwerpen. Het feit dat ik nogal veel wielergedichten schrijf, drukte mij in een hoekje. Ik ben in 1985-1986 gedebuteerd met gedichten over de dingen des levens, over liefde, over natuur… Mensen die mijn werk al langer volgen, verbazen zich niet dat ik over WO I schrijf, want dat heeft me altijd al gefascineerd. Mijn grootvader is frontsoldaat geweest en daar hoorde ik ongelooflijke verhalen van. Als kleine jongens zaten wij dan bij hem en vroegen hem ‘Pepe, vertel nog eens over de oorlog’. Bovendien word ik als West-Vlaming automatisch geconfronteerd met die oorlog. De oorlogskerkhoven en monumenten zijn als littekens in het landschap.’

U schrijft veel gedichten over wielrennen, maar momenteel loopt er een tentoonstelling van u in Diksmuide met gedichten over WO I. Hoe komt het dat u in twee zo’n uiteenlopende onderwerpen geïnteresseerd bent?

‘Dat was een idee van Frank Pollet, ook één van die vijf dichters. Hij opperde om tijdens de Tour elke avond een inktvers gedicht te schrijven. Ik heb direct ja gezegd omdat ik het een originele invalshoek vond. Het was geen gemakkelijke opdracht, want meestal zit ik weken maanden of soms wel jaren te prutsen aan een gedicht voordat ik er tevreden over ben. Tot mijn verbazing werd die blog enorm gevolgd, ik had er de impact een beetje van onderschat. We zijn zelfs vijf jaar lang met GeelZucht doorgegaan.’

Wanneer bent u beginnen gedichten en verhalen schrijven?

Paul Snoek‘Vanaf het vierde middelbaar. Mijn interesse voor  literatuur is er ook gekomen door de begeestering van een aantal leerkrachten. Op de normaalschool (verouderde benaming voor het schooltype waar onderwijzers opgeleid werden, nvdr.) heb ik les gekregen van twee dichters. Roger Verkarre heeft de literatuur bij ons in de klas gebracht, dat was een openbaring. Studenten die toen al een beetje feeling hadden voor literatuur, waren er helemaal door gefascineerd als ze les hadden gekregen van hem. Paul Snoek was een vriend van Verkarre en ik ben nog altijd een ongelooflijke fan van zijn gedichten. De tweede was Joris Denoom. Hij heeft ons begeesterd om meer te gaan lezen. Hij liet ons naast de klassieke, Vlaamse namen ook Nederlandse schrijvers ontdekken.’

Is het in deze tijden nog makkelijk om poëzie uit te geven in Vlaanderen?

‘Toen ik dertig jaar geleden debuteerde, was dat nog relatief makkelijk. Je had dan nog veel kleine uitgeverijtjes die makkelijk jonge dichters oppikten. Ik ben gestart in de Yang Poëzie Reeks, wat nu jammer genoeg verdwenen is. Achteraf bekeken was dat een schitterend medium om gelanceerd te geraken in de uitgeverswereld. Nu zijn er nog twee à drie uitgeverijen in Vlaanderen die poëzie uitgeven. Ik merk ook dat poëzie steeds minder gelezen wordt. Daarom investeren de uitgeverijen er niet meer in. De oplages zijn te klein, het draait alleen nog maar om winst.’

“Sinterklaas is de dankbaarste kinderfiguur die er is”

Patrick Cornillie gaf jarenlang les in het buitengewoon secundair onderwijs. Toen hij redacteur bij een krant werd en later dichter van wielerpoëzie, miste hij de kinderen om zich heen. Daarom is hij ook kinderboeken gaan schrijven.

Boek“In 2003 was ik een tijdje inactief nadat ik tijdens het fietsen een zware beenbreuk had opgelopen. Ik moest voor zes weken in een rolstoel zitten en voor een lange tijd revalideren. Ik kon toen dus niet werken voor de krant of voor andere dingen.” Het idee voor zijn boek ‘De Pietenschool’ is er gekomen dankzij zijn jongste dochter, Friedl. “Mijn dochter was toen acht jaar. Ze vroeg me om eens een boek voor haar te schrijven in plaats van altijd maar over dat wielrennen.” In het boek projecteert Cornillie zijn dochter in een pietenschool waarin je leert hoe je een Zwarte Piet kan zijn. “Een meisje als Zwarte Piet, dat was nieuw en speciaal in dat soort literatuur.” Cornillie was altijd al gefascineerd door Sinterklaas: “Je kan enorm veel fantaseren rond die figuur van de Sint. Dan horen dat het eigenlijk allemaal niet echt is, is waarschijnlijk de eerste grote ontnuchtering in iemands leven. Zelf vond ik dat een ramp toen, maar als je het achteraf bekijkt, is de Sint een schitterend concept. Als schrijver is het leuk om eens terug te keren naar dat geloof en die magie.”

“Ik probeer een serieus onderwerp luchtig voor te stellen”

Op dit moment is Cornillie niet bezig met een nieuw kinderboek, maar in de toekomst ziet hij zichzelf dat wel nog doen. “Ik heb zeker inspiratie genoeg, maar de jongste jaren krijg ik enorm veel opdrachten om fietspockets te maken. Ik heb er momenteel dus gewoonweg geen tijd voor. Dat vind ik zelf spijtig, want die kinderboeken fascineren mij wel. Mijn opleiding als onderwijzer speelt duidelijk nog altijd een beetje mee. Ik kan jammer genoeg niet alles doen, ik vind dat ik nu al te veel schrijf (lacht). Misschien zal ik terug kinderboeken schrijven als ik kleinkinderen heb. Als zelfstandige schrijver hangt veel af van de opdrachten die je krijgt. Voor jezelf schrijven, gaat niet altijd.” In de kinderboeken van Cornillie zijn ook mooie tekeningen te zien. “Dat is meestal de uitgeverij die bepaalt wie illustreert en hoe dat gebeurt. Zelfs aan de kaft had ik als auteur niks te piepen,” zegt de West-Vlaamse schrijver. Cornillie schreef ook een boek over zijn belevenissen in het buitengewoon onderwijs dat gericht is op kinderen tussen acht en tien jaar. “Ik vind dat een moeilijke leeftijd om voor te schrijven. Ze vallen wat tussen twee stoelen, de volwassen –en kinderliteratuur.” Ondanks het serieuze onderwerp van ‘Buitengewoon’, probeert hij het toch wat luchtig voor te stellen. “Ik vind dat er soms nogal zware kost op die jongeren wordt afgevuurd. Boeken over euthanasie of druggebruik bijvoorbeeld, dat is niet mijn dada. Ik probeer het onderwerp minder zwaar voor te stellen, want het gaat nog altijd om lezertjes van het tweede tot vierde leerjaar. Je kan dan al eens fantaseren en humoristisch zijn.”

GEDULD IS EEN SCHONE DEUGD

Voordat Cornillie boeken en gedichten schreef, gaf hij les in het buitengewoon secundair onderwijs. Daar heeft hij vooral geleerd om veel geduld te hebben. “Ik gaf les aan moeilijk lerende kinderen. Vaak moest ik elke maandagmorgen opnieuw beginnen met de leerstof. Dat was een grote uitdaging voor mij, maar ik heb er zeker en vast ook veel uit geleerd.” Na tien jaar kreeg Cornillie steeds meer opdrachten van de Krant van West-Vlaanderen waar hij toen al soms voor schreef. Hij moest kiezen tussen het onderwijs of de journalistiek. “De twee waren niet meer te combineren. Ik heb dan de keuze gemaakt om voltijds voor de krant te gaan schrijven.”

“Wielrennen is als literatuur: je moet lezen wat tussen de regels staat”

Dichter Patrick Cornillie over zijn wielerpassie

Naast wielergedichten schrijft Patrick Cornillie ook fietsgidsen en biografieën over bekende Vlaamse sporters. Zelf is hij in de zomer elke dag te vinden op zijn fiets, het liefst richting Limburg. Zijn liefde voor de wielersport is er al van jongs af aan, maar over ophouden is nog geen sprake!

“Ik ben opgegroeid in een tijd waarin er niet veel was. Ofwel hield je van voetbal, ofwel van wielrennen.” Patrick Cornillie is opgegroeid in de glorieperiode van Merckx eind jaren ’60, begin jaren ’70. “In die tijd was Merckx een hype, net zoals K3 dat tegenwoordig is. Als kind ging je automatisch van wielrennen gaan houden.” Cornillie had de kinderdroom om zelf coureur te worden, maar dacht mocht niet van thuis uit, want hij moest eerst een diploma halen. “Wielrennen fascineerde me toen al enorm. Het is zoveel meer dan andere sporten. Als kleine jongen zag ik beelden op de televisie van wielrenners die tijdens de Ronde van Frankrijk in de bergen reden, dat sprak tot mijn verbeelding.” Maar wielrennen is nog meer dan dat, vindt Cornillie: “Wielrennen heeft niet alleen een boeiend wedstrijdverloop, maar er gebeurt nog zoveel meer achter de schermen. Er is een tactiek nodig, er zijn ploegen die tegen elkaar rijden en als toeschouwer probeer je telkens opnieuw te weten te komen hoe het in elkaar zit. Het is net als in de literatuur: je moet lezen wat tussen de regels staat.”

“Merckx was een hype zoals K3 dat nu is”

Wielrennen is de sport waarover het meest geschreven wordt in de literatuur. “Er bestaan veel wielergedichten -en boeken, terwijl dat niet zo is over voetbal, tennis of…curling.” (Lacht)
Cornillie heeft al een paar boeken over Vlaamse profwielrenners geschreven. “Soms is dat in opdracht van een uitgever en soms is dat uit eigen initiatief. De biografie van Freddy Maertens moest hoofdzakelijk uit foto’s bestaan. Dat is dan een boek geworden met 600 foto’s over heel zijn carrière waar er dan ruime onderschriften en veel duiding bij werd geschreven. Elke maandagvoormiddag sprak ik af met Freddy en vertelde hij verhalen bij de foto’s.” De dichter dook ook al in het leven van Marcel Kint: “Dat was op vraag van zijn kleinzoon die weinig afwist over de carrière van zijn grootvader. Dat opzoekingswerk verliep wat moeilijker omdat de renner zelf al een jaar of tien overleden was.”

Fietsroutes

Fiets

“Momenteel ben ik niet bezig aan een biografie, want al mijn tijd gaat naar de nieuwe fietsgidsen die ik maak voor Lannoo. Er zullen themaroutes rond bier en brouwerijen in te vinden zijn, dus dat is best wel een leuke opdracht.” (Lacht)
U kan de fietsroutes van Cornillie ook soms terugvinden in Grinta! “Die fietsroutes zijn meer bedoeld voor de sportieve fietser en zijn meestal iets langer en uitdagender. Ik let er ook altijd op dat er niet te veel onverharde wegen zijn, want met een koersfiets kan je snel lek rijden. De fietspockets van Lannoo zijn eerder voor de recreatieve fietser en moeten dus routes bevatten die voor iedereen haalbaar zijn. Daarbij vind ik de fietsveiligheid van de wegen een heel belangrijk punt. Ik let er ook op dat de fietser af en toe eens kan stoppen om een terrasje te doen en even uit te rusten.” Soms hangen er ook thema’s vast aan de fietsroutes, zoals Wereldoorlog I: “Voor de Krant van West-Vlaanderen heb ik tien fietsroutes in elkaar gestoken die langs de frontstreek en oorlogskerkhoven liepen. Dat is natuurlijk een heel ander concept dan een sportieve tocht. Je moet proberen om zoveel mogelijk bezienswaardigheden onderweg aan bod te laten komen en dat is vaak puzzelen.”
http://www.patrickcornillie.be